ECLI:NL:HR:2008:BC9956
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatigheden geuridentificatieproef zonder bewijsuitsluiting
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een onherroepelijk vonnis wegens onregelmatigheden bij een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006. Uit intern onderzoek bleek dat het protocol niet altijd werd gevolgd, met name dat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurbuisjes, wat de betrouwbaarheid van de proef aantast.
De aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag. Hij stelde dat hij vrijgesproken zou zijn indien de rechter destijds had geweten dat de geuridentificatieproef onjuist was uitgevoerd. De Hoge Raad overwoog dat het resultaat van de geuridentificatieproef niet als bewijs was gebruikt, maar dat de bekentenis van de aanvrager mede was afgelegd nadat hem het resultaat was voorgehouden.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de bekentenis niet onrechtmatig was verkregen omdat de aanvrager vooraf was geïnformeerd over zijn zwijgrecht en niet bewust was misleid over de onregelmatigheden. Bovendien was het niet aannemelijk dat de bekentenis uitsluitend op het resultaat van de geurproef was gebaseerd. Er waren ook andere aanwijzingen die tot verder onderzoek leidden. Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens onvoldoende grond voor bewijsuitsluiting en bevestigt de veroordeling.