ECLI:NL:PHR:2009:BH1193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en botsing van grondrechten bij publicatie lijst kwakzalvers
In deze zaak staat de botsing tussen het recht op vrije meningsuiting van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van arts Sickesz centraal. De Vereniging had Sickesz opgenomen op een lijst van de twintig grootste kwakzalvers van de twintigste eeuw, wat zij onrechtmatig achtte.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de Vereniging niet onrechtmatig had gehandeld, omdat de term 'kwakzalver' in hun publicaties een neutrale, wetenschappelijk georiënteerde betekenis had. Het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en stelde dat de term door het grote publiek negatief wordt opgevat, waardoor de Vereniging onrechtmatig had gehandeld jegens Sickesz.
De Hoge Raad overweegt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de negatieve betekenis van de term aan de Vereniging kan worden toegerekend, ondanks dat de Vereniging de term in een neutrale betekenis gebruikte. Tevens is het oordeel van het hof dat de behandelmethoden van Sickesz niet als kwakzalverij kunnen worden aangemerkt onvoldoende onderbouwd, met name voor de claims op andere dan musculoskeletale klachten.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat [eiser 2], auteur en voorzitter van de Vereniging, ook persoonlijk aansprakelijk kan zijn gehouden voor het uitdragen van de kwalificatie. De conclusie van de Hoge Raad is dat het arrest van het hof vernietigd wordt, waarmee de zaak teruggaat voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toerekening van de negatieve betekenis van 'kwakzalver' aan de Vereniging.