ECLI:NL:HR:2009:BH1193
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en botsing grondrechten bij aanduiding als kwakzalver
De zaak betreft een geschil tussen de Vereniging tegen de Kwakzalverij en mevrouw Sickesz, die door de Vereniging op een lijst van kwakzalvers werd geplaatst. Sickesz vorderde een verklaring voor recht dat deze publicatie onrechtmatig was, een verbod op herhaling en rectificatie. De rechtbank wees haar vordering af, maar het hof Amsterdam vernietigde dit en wees de vordering toe.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad benadrukt dat bij de beoordeling van onrechtmatigheid een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van bescherming van de eer en goede naam van Sickesz en het belang van de Vereniging om het publiek te waarschuwen tegen kwakzalverij. Daarbij moet rekening worden gehouden met de negatieve betekenis die het woord 'kwakzalver' in het gewone spraakgebruik heeft.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan de meer neutrale betekenis die de Vereniging aan het begrip 'kwakzalver' geeft en dat de vrijheid van meningsuiting van de Vereniging in aanmerking moet worden genomen. Tevens is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd omtrent de wetenschappelijke onderbouwing van de behandelingen van Sickesz. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook de vraag van persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser 2] kan worden betrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de vrijheid van meningsuiting en de betekenis van het woord 'kwakzalver'.