Uitspraak
beschuldigd van roofmoord.
dusschuldig heeft gemaakt aan roofmoord.
roofmoord.
a, die het Hof verwijt ambtshalve een aantal in de klacht genoemde feiten te hebben bijgebracht, faalt reeds daarom omdat het Hof deze feiten heeft ontleend aan de zgn. intake-verklaring die blijkens de pleitnota van de raadsman van [verweerder] door hem ter gelegenheid van de pleidooien in appel is voorgelezen en die - naar het Hof kennelijk heeft aangenomen - deel uitmaakte van die pleitnota en dus van een gedingstuk. Van strijd met art. 147 Rv Pro. of met goed procesbeleid is geen sprake. Niet blijkt dat van de zijde van Het Parool c.s. - die door dezelfde advocaat werden vertegenwoordigd die hen ook reeds in eerste instantie en bij de behandeling voor de Raad voor de Journalistiek ter zijde had gestaan - tegen dat voorlezen of tegen het overleggen van de pleitnota inclusief de daarvan deel uitmakende intake-verklaring bezwaar is gemaakt (vgl. HR 24 december 1993, NJ 1994, 194). Onder die omstandigheden noopte lengte noch inhoud van de intake-verklaring het Hof te oordelen dat Het Parool c.s. onvoldoende gelegenheid hadden gehad zich daarover uit te laten. De klacht onder
bstuit daarop af. De klacht onder
cgaat uit van te vèrgaande motiveringseisen. De klacht onder
dbouwt voort op die onder
ben
cen moet het lot daarvan delen. De klacht onder
emist feitelijke grondslag.
6 januari 1995.