ECLI:NL:PHR:2009:BH2617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens onjuiste oproeping betrokkene
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Breda verleende deze machtiging voor drie maanden, terwijl betrokkene niet persoonlijk werd gehoord. De rechtbank stelde vast dat betrokkene niet bereid was zich te laten horen, mede op basis van mededelingen van de behandelaar dat betrokkene niet thuis was op het verhoortijdstip.
In cassatie klaagt betrokkene dat zij niet op juiste wijze is opgeroepen en dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat zij niet bereid was te worden gehoord. De Hoge Raad oordeelt dat uit de stukken niet blijkt dat betrokkene volgens de wettelijke voorschriften is opgeroepen of dat de rechter een alternatieve oproeping heeft bepaald. De mededelingen van de behandelaar kunnen niet zonder nadere motivering gelden als oproeping door de rechtbank.
De Hoge Raad benadrukt dat de enkele omstandigheid dat betrokkene niet thuis was op het verhoortijdstip niet zonder meer betekent dat zij niet bereid was zich te laten horen. De beschikking wordt vernietigd en de zaak verwezen naar de rechtbank Breda voor verdere behandeling. Hierdoor mist betrokkene belang bij het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug wegens onjuiste oproeping van betrokkene.