ECLI:NL:HR:2007:BB9666
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens schending hoorplicht
De officier van justitie verzocht de rechtbank Maastricht om een voorlopige machtiging te verlenen voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging na het horen van de advocaat, psycholoog, echtgenoot en dochter van betrokkene, maar zonder betrokkene zelf te horen. Betrokkene was wel geïnformeerd over de zitting, maar verliet haar woning met onbekende bestemming en werd niet formeel opgeroepen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank betrokkene niet behoorlijk had opgeroepen conform de wettelijke bepalingen (art. 261 in Pro verbinding met art. 272-276 Rv) en dat de hoorplicht was geschonden. Daarnaast had de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom betrokkene niet werd gehoord, terwijl zij dat volgens art. 8 lid 1 Bopz Pro wel had moeten doen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van 8 augustus 2007 en verwees de zaak terug naar de rechtbank Maastricht voor verdere behandeling en beslissing, waarbij betrokkene correct moet worden opgeroepen en gehoord.
Uitkomst: De voorlopige machtiging is vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende oproeping van betrokkene.