ECLI:NL:PHR:2009:BH3137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging van scheidsrechtelijk eindvonnis wegens schending opdracht en gezag van gewijsde
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het hof 's-Gravenhage van 21 december 2006, waarin het hof een arbitraal eindvonnis gedeeltelijk vernietigde. De arbitrage betrof geschillen tussen IMS en Modsaf over contracten voor levering van tanks en ARV's, waarbij diverse vorderingen en tegenvorderingen aan de orde waren.
Het hof oordeelde dat bepaalde beslissingen in het arbitraal vonnis in strijd waren met het gezag van gewijsde van eerdere gedeeltelijke eindvonnissen (PFA). Het hof stelde vast dat het scheidsgerecht buiten zijn opdracht was getreden door in het eindvonnis af te wijken van bindende beslissingen in de PFA, met name over rente, waarderingsgrondslagen en kostenposten. Het hof vernietigde het arbitraal vonnis gedeeltelijk en verwees de zaak terug naar de gewone rechter voor nadere beslissing.
In cassatie wordt bevestigd dat partiële vernietiging van een arbitraal vonnis mogelijk is indien de verschillende beslissingen niet onverbrekelijk samenhangen. De Hoge Raad benadrukt de ruime discretionaire bevoegdheid van het scheidsgerecht bij bewijs, binnen de grenzen van de goede procesorde en het recht op hoor en wederhoor. De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de rechtspraak dat het gezag van gewijsde zich ook uitstrekt tot beslissingen in de overwegingen die dragend zijn voor het dictum.
Uitkomst: Het arbitraal eindvonnis wordt gedeeltelijk vernietigd wegens schending van de opdracht en gezag van gewijsde; de zaak wordt verwezen naar de gewone rechter voor nadere beslissing.