ECLI:NL:PHR:2009:BH3703
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake brandstichting en schadevergoeding benadeelde partij
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld voor opzettelijk brandstichten van een broodjesbus, waarbij materiële schade werd veroorzaakt aan de benadeelde partij. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar en een schadevergoeding van € 11.421 aan de benadeelde partij opgelegd.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd die hoger lag dan het bedrag dat door de verzekering was uitgekeerd. De verdediging voerde aan dat de vordering niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de schade reeds was vergoed. Het hof oordeelde echter dat de vordering integraal kon worden toegewezen, mede op basis van een toelichting door een boekhouder namens de benadeelde partij.
De Hoge Raad oordeelt dat de proeftijd ten aanzien van de bijzondere voorwaarde ten onrechte op drie jaar was gesteld en corrigeert dit naar twee jaar. Tevens vernietigt de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking heeft op de schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de bijstand van een niet-beëdigde boekhouder aan de benadeelde partij toelaatbaar is op grond van art. 51e lid 1 Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de proeftijd ambtshalve vast op twee jaar, vernietigt het arrest voor wat betreft de schadevergoeding en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.