ECLI:NL:PHR:2009:BH7256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke motivering afwijzing aanhoudingsverzoek en termijnoverschrijding
De zaak betreft een verzoek tot aanhouding van de behandeling in hoger beroep, omdat de verdachte een nieuwe raadsman wilde inschakelen na een vertrouwensbreuk met zijn huidige raadsman. Het hof wees het verzoek af, stellende dat de verdachte er zelf voor had gekozen pas kort voor de terechtzitting met zijn raadsman te overleggen en dat het belang van een voortvarende rechtspleging prevaleerde.
De verdachte had aangegeven meerdere keren met zijn raadsman te hebben gesproken, maar was het niet eens met de pleitnota en wilde nieuwe getuigen laten horen. De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van het hof onvoldoende begrijpelijk is, omdat het hof niet adequaat heeft onderbouwd waarom het verzoek werd afgewezen, terwijl de verdachte ter zitting niet van rechtsbijstand was voorzien.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor het indienen van processtukken in cassatie is overschreden met meer dan een maand, wat in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling en uitspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.