ECLI:NL:PHR:2009:BH8472

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10467
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WAMArt. 361a SvArt. 412 SvArt. 425 lid 3 SvArt. 434 Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor overtreding WAM en tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen bevestigd

De kantonrechter te Breda veroordeelde verdachte op 5 oktober 2006 voor overtreding van artikel 30 van Pro de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) en gelastte de tenuitvoerlegging van drie eerder voorwaardelijk opgelegde straffen. Tegen dit vonnis stelde de advocaat van verdachte hoger beroep in. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte bij verstek op 3 mei 2007 tot een hechtenisstraf van twee weken wegens het niet hebben van een verplichte verzekering en legde tevens een rijontzegging van zes maanden op, met tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen.

Tegen dit arrest stelde de advocaat cassatie in bij de Hoge Raad met twee middelen. Het eerste middel betrof de bewezenverklaring, die volgens de advocaat niet was onderbouwd met bewijsmiddelen. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat het feitelijke grondslag miste; de stukken bevatten een proces-verbaal van de terechtzitting waarin het mondeling arrest correct was aangetekend.

Het tweede middel betrof het ontbreken van beraadslaging door het hof en het besluit op de grondslag van de tenlastelegging, waarbij werd gesteld dat het hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen niet had mogen gelasten. Dit middel faalde eveneens omdat het hoger beroep zich uitstrekt over de gehele uitspraak, inclusief de tenuitvoerlegging.

De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling en tenuitvoerlegging definitief werden bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling en tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen.

Conclusie

Nr. 07/10467
Mr. Machielse
Zitting 24 maart 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, enkelvoudige kamer, heeft verdachte op 3 mei 2007 bij verstek voor 'Als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen hebben gesloten en in stand gehouden' veroordeeld tot een hechtenisstraf van twee weken. Tevens heeft het hof aan verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor zes maanden ontzegd en de tenuitvoerlegging gelast van drie eerder voorwaardelijk opgelegde straffen.
2. Mr. J.J.M. Boot, advocaat te Steenbergen, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt over de bewezenverklaring. Die zou niet zijn af te leiden uit bewijsmiddelen. Volgens de steller van het middel heeft het hof enkel een aantekening mondeling vonnis opgemaakt waarin geen bewijsmiddelen zijn opgenomen
3.2. Het middel faalt omdat het feitelijke grondslag mist. Onder de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434 toegezonden Pro stukken bevindt zich een proces-verbaal van de terechtzitting van 3 mei 2007 waarin het mondeling arrest volgens de regels gesteld krachtens art. 425 lid 3 Sv Pro is aangetekend.
4.1. Het tweede middel klaagt dat het hof niet heeft beraadslaagd en beslist op de grondslag van de tenlastelegging. Bij dagvaarding in hoger beroep is aan verdachte te kennen gegeven dat hij zou moeten terechtstaan ter zake van het hem in eerste aanleg bij inleidende dagvaarding telastegelegde. Daarom had het hof niet de tenuitvoerleggingen mogen gelasten.
4.2. De kantonrechter te Breda had verdachte op 5 oktober 2006 veroordeeld voor overtreding van art. 30 WAM Pro en tevens driemaal een tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf gelast. Tegen dat vonnis, dus inhoudende veroordeling en last tot tenuitvoerleggingen, heeft de advocaat van verdachte hoger beroep ingesteld. Ingevolge art. 361a Sv maakt de beslissing over de gegrondheid van de vordering tot tenuitvoerlegging deel uit van de in de strafzaak gegeven uitspraak. Hoger beroep tegen een vonnis inhoudende een veroordeling en een last tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf kan slechts tegen die uitspraak in haar geheel worden ingesteld. Degene die een rechtsmiddel aanwendt tegen zo een vonnis weet dus dat de hogere rechter automatisch ook op de vordering tot tenuitvoerlegging zal beslissen.(1)
Het middel faalt.
5. Beide middelen falen en kunnen met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 20 juni 2006, LJN AX1665.