ECLI:NL:PHR:2009:BH9025
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereiding zware mishandeling bij supportersrellen
Op 10 februari 2006 werden ongeregeldheden gemeld tussen supporters van Ajax en ADO Den Haag. Opsporingsambtenaren zagen een auto met vijf inzittenden rijden op de Rijksweg A4 richting Amsterdam, waarvan het kenteken geregistreerd stond op naam van een inwoner van een plaats. De auto werd staande gehouden en de inzittenden werden gevraagd uit te stappen. Tijdens een doorzoeking met toestemming van de bestuurder werden diverse wapens en voorwerpen aangetroffen, waaronder een vuurwapen, een baksteen, knuppels, tentstokken en een routebeschrijving.
De verdachte, bestuurder van de auto, werd veroordeeld door het hof voor medeplegen van voorbereiding van zware mishandeling. Het hof oordeelde dat de staandehouding en de daaropvolgende aanhouding rechtmatig waren, omdat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op grond van de ernst van de gemelde feiten en de eerdere justitiële antecedenten van de verdachte. De verdachte gaf toestemming voor de doorzoeking, waardoor het bewijs verkregen uit de auto niet onrechtmatig was.
De verdachte had verklaard dat hij met anderen naar Den Haag wilde rijden om verhaal te halen vanwege eerdere brandstichtingen in het Ajax-supportershome. De voorwerpen in de auto waren bestemd voor het begaan van het misdrijf. Het hof achtte voorwaardelijk opzet voldoende voor de bewezenverklaring, waarbij het niet uitmaakte dat de verdachte het stadion niet heeft bereikt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de verdachte wist wat hij vervoerde, anders dan een passagier die niet op de hoogte was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof, waarbij werd benadrukt dat de enkele omstandigheid dat de staandehouding mogelijk onbevoegd was, niet leidt tot bewijsuitsluiting als de doorzoeking met toestemming plaatsvond. Tevens werd bevestigd dat voorwaardelijk opzet toereikend is voor het bestanddeel van opzettelijke voorbereiding volgens artikel 46 Sr Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van voorbereiding van zware mishandeling met zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur werkstraf.