ECLI:NL:HR:2009:BH9025
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid bewijs en voorwaardelijk opzet bij voorbereiding zwaar lichamelijk letsel
Op 10 februari 2006 werden ongeregeldheden gemeld tussen supporters van Ajax en ADO Den Haag waarbij steekwapens werden gebruikt. De politie kreeg informatie over een groep verdachten die mogelijk in voertuigen richting Rijksweg A4 zouden rijden. Een rode Volkswagen met vijf inzittenden werd staande gehouden op basis van een redelijk vermoeden van schuld. Tijdens het onderzoek vond de politie een vuurwapen in de auto, waarna de inzittenden werden aangehouden.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat het staande houden onrechtmatig was omdat de politie onvoldoende informatie had om de auto te mogen stoppen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de opsporingsambtenaren onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs konden aannemen dat de inzittenden betrokken waren bij de ongeregeldheden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het ontbreken van bevoegdheid tot staande houden niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting van later verkregen bewijs met toestemming van de bestuurder.
Daarnaast werd aangevoerd dat voor het bewezenverklaren van het opzetvereiste in art. 46 Sr Pro (voorbereiding) oogmerk vereist is in plaats van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat voorwaardelijk opzet voldoende is conform de wetsgeschiedenis en bewoordingen van art. 46 Sr Pro.
Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het hof oordeelde terecht over rechtmatigheid bewijsgaring en voorwaardelijk opzet bij voorbereiding.