ECLI:NL:PHR:2009:BI0539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking beslag en verwijzing naar gerechtshof wegens onjuiste rechthebbende beoordeling
In deze zaak betrof het een beslag op geldbedragen onder klager op grond van artikel 94 Sv Pro. De rechtbank had geoordeeld dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag niet langer vorderde, maar dat een ander redelijkerwijs als rechthebbende moest worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel onjuist noch onbegrijpelijk was, gezien klager zelf had verklaard dat het geld van anderen was en hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt zelf rechthebbende te zijn.
Daarnaast was er een verzoek tot aanhouding van de zaak ingediend, waarop de rechtbank niet had beslist. De Hoge Raad stelde dat dit verzuim niet tot nietigheid van het onderzoek leidde, omdat geen strijd met de goede procesorde was vastgesteld en klager niet had aangetoond door de afwijzing van het verzoek te zijn geschaad.
De Hoge Raad constateerde tevens dat de rechtbank onterecht had aangenomen dat klager afstand had gedaan van een deel van het geldbedrag, maar dat dit een kennelijke misslag was die de essentie van de beschikking niet raakte.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam om op het klaagschrift te beslissen, mede omdat de strafzaak tegen klager was geseponeerd en het belang van de strafvordering zich niet langer tegen opheffing van het beslag verzette.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.