ECLI:NL:PHR:2009:BI2248
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkrachting en poging zware mishandeling na auto-ongeluk
De zaak betreft een verkrachtingszaak waarbij het slachtoffer kort na een auto-ongeluk, waarbij zij een zware hersenschudding en kneuzingen opliep, door de verdachte werd gedwongen tot seksuele handelingen. Het slachtoffer was door medicatie en letsel fysiek en psychisch niet in staat zich te verzetten. De verdachte ontkende de verkrachting, erkende wel dat hij die nacht bij het slachtoffer in bed sliep en dat zij ruzie hadden.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op meerdere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van het slachtoffer, de verklaring van de verdachte en een proces-verbaal. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren en wees op tegenstrijdigheden en chatgesprekken waarin het slachtoffer een relatie met de verdachte leek te bevestigen. Het hof oordeelde dat deze elementen onvoldoende waren om de verklaringen te verwerpen.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, waarbij hij het slachtoffer tijdens een ruzie had geduwd. De strafoplegging van 30 maanden gevangenisstraf lag boven de eis van de advocaat-generaal van 15 maanden, wat het hof voldoende motiveerde vanwege de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat het hof de bewijsmiddelen zorgvuldig had gewogen, de motiveringsplicht had nageleefd en de strafoplegging begrijpelijk was. Er was geen sprake van onvoldoende bewijs of motiveringsgebrek. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting en poging tot zware mishandeling.