ECLI:NL:PHR:2009:BI3411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag en vernietiging runderen
Naar aanleiding van een onderzoek door de Algemene Inspectiedienst werd tegen klager een verdenking geuit dat hij runderen hield die niet volgens de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002 waren geregistreerd. Op basis hiervan werd beslag gelegd op 39 runderen, die vervolgens op 25 juni 2002 in opdracht van het Openbaar Ministerie werden vernietigd.
Klager werd veroordeeld voor overtreding van voorschriften met betrekking tot 9 runderen, terwijl de overige 30 runderen niet in de bewezenverklaring waren opgenomen. Klager tekende hoger beroep aan tegen het vonnis, maar trok dit later in. Vervolgens diende hij een klaagschrift in tot teruggave van de 30 runderen of schadevergoeding, dat door het gerechtshof Arnhem niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beslag al was beëindigd door de vernietiging van de runderen.
De Hoge Raad bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, waarbij werd overwogen dat het beslag op de runderen was geëindigd door hun vernietiging, waardoor klager niet meer in zijn beklag kon worden ontvangen. Een tweede reden van het hof, dat klager ook niet ontvankelijk was vanwege onttrekking aan het verkeer, werd door de Hoge Raad onjuist bevonden, maar dit deed niet af aan de uitkomst omdat de eerste reden zelfstandig voldoende was.
Het beroep van klager werd derhalve verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het klaagschrift gehandhaafd.
Uitkomst: Het klaagschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op de runderen was geëindigd door hun vernietiging.