ECLI:NL:PHR:2009:BI3847
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen minderjarige getuige in zedenzaak en gebruik deskundigenrapport
In deze zaak gaat het om een zedenzaak waarbij de minderjarige dochter van de verdachte als getuige betrokken is. De verdachte werd veroordeeld door het hof wegens poging tot seksueel binnendringen en ontucht met zijn minderjarig kind. De verdediging verzocht herhaaldelijk om de minderjarige opnieuw te horen, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen op grond van het gegronde vermoeden dat een nieuw verhoor schadelijk zou zijn voor de gezondheid en het welzijn van het kind.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse deskundigenrapporten van kinder- en jeugdpsychologen en psychiaters, die bevestigden dat een hernieuwd verhoor het ontwikkelingsproces van het kind negatief zou beïnvloeden. De verklaring van het kind was opgenomen op videoband en diverse deskundigen hadden de verklaring onderzocht en als betrouwbaar beoordeeld. Het hof oordeelde dat voldoende compensatie was geboden voor het ontbreken van de mogelijkheid tot directe ondervraging.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en verwijst naar relevante jurisprudentie, waaronder het arrest van 20 mei 2003, waarin is bepaald dat in zedenzaken met minderjarige slachtoffers het belang van bescherming van het slachtoffer kan prevaleren boven het ondervragingsrecht van de verdediging, mits compensatie wordt geboden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn afwijzing voldoende heeft gemotiveerd en dat het gebruik van het deskundigenrapport en de videoband als compensatie toelaatbaar is. Tevens wordt erkend dat de redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot een strafvermindering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.