ECLI:NL:HR:2003:AF5704
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.P. van Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens schending recht op ondervraging slachtoffer in ontuchtzaak
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die werd veroordeeld voor ontucht met zijn minderjarig kind in de periode van maart tot september 1999. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring voornamelijk op verklaringen van het slachtoffer en diens grootmoeder, waarbij het slachtoffer niet rechtstreeks werd gehoord in het hoger beroep.
De verdediging verzocht om het horen van het slachtoffer door de rechter-commissaris of om een deskundigentoetsing van de verklaring, hetgeen door het hof werd afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat dit een schending is van het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro, omdat de verdachte niet de mogelijkheid kreeg het slachtoffer te ondervragen en er onvoldoende steunbewijs was.
De Hoge Raad benadrukt dat in gevallen van ontucht met minderjarigen het belang van bescherming van het slachtoffer kan prevaleren boven het recht van de verdachte op ondervraging, maar dat dan compensatie moet worden geboden, bijvoorbeeld door het afspelen van videobeelden van het verhoor of deskundigenonderzoek. De bestreden uitspraak wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof Arnhem wegens schending van het recht op ondervraging van het slachtoffer.