ECLI:NL:PHR:2009:BI4326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en omvang van wederzijdse erfdienstbaarheid over dam en erf
In deze zaak staat de uitleg van een wederzijdse erfdienstbaarheid centraal die in 1938 bij notariële akte is gevestigd tussen buren aan de [a-straat] te [plaats]. De erfdienstbaarheid betreft het recht om over een dam en een gedeelte van het erf van de buren te gaan van en naar de openbare weg. [Eiser] c.s. vorderen dat zij het recht hebben om met voertuigen hun loods te bereiken en dat [verweerder] hen daarin niet mag belemmeren.
De rechtbank stelde dat de inhoud en wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid worden bepaald door de akte van vestiging en plaatselijke gewoonte. Zij oordeelde dat [eiser] c.s. het recht hadden om met auto's het eerste gedeelte van hun loods in- en uit te rijden. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de akte, gelezen naar objectieve maatstaven en partijbedoeling, het recht beperkt tot het gebruik van een gedeelte van het buurerf van ongeveer twee meter diepte vanaf de dam, en dat de plaatselijke gewoonte of verjaring geen verdere rechten verschaffen.
Het cassatieberoep van [eiser] c.s. werd verworpen omdat de middelen niet voldeden aan de motiveringsvereisten en het hof de juiste maatstaf voor uitleg van de akte had toegepast. De Hoge Raad bevestigde dat de akte van vestiging leidend is voor de inhoud van de erfdienstbaarheid en dat het hof terecht geen aanvullend onderzoek naar plaatselijke gewoonte of verjaring heeft gedaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof oordeelt dat de erfdienstbaarheid beperkt is tot het gebruik van een smal gedeelte van het buurerf.