ECLI:NL:PHR:2009:BJ3708
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid en toewijzing vordering tot onttrekking aan verkeer van niet-geïdentificeerde runderen
Deze zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van 30 runderen die niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002 waren geïdentificeerd en geregistreerd. Na een eerdere veroordeling van betrokkene voor 9 runderen, werd de vordering tot onttrekking van de overige 30 runderen door het openbaar ministerie ingediend. De economische politierechter had geen beslissing genomen over deze 30 runderen, waarna het hof de vordering ontvankelijk verklaarde en toewijst.
Het hof verwierp het verweer dat de vordering in strijd zou zijn met het ne bis in idem-beginsel, omdat de 30 runderen buiten de periode van de eerdere tenlastelegging vielen en er geen onherroepelijke uitspraak over was gedaan. Ook het verweer dat de vordering strijdig zou zijn met de onschuldpresumptie en het recht op een redelijke termijn werd verworpen, waarbij werd benadrukt dat het belang van het onttrekken van de runderen aan het verkeer zwaarder weegt.
Verder oordeelde het hof dat de vernietiging van de runderen niet in strijd is met artikel 117 Sv Pro of het gemeenschapsrecht, aangezien de officier van justitie conform de wettelijke voorschriften en onder toezicht van veterinaire autoriteiten heeft gehandeld. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van schendingen van wettelijke voorschriften en nalatigheid van betrokkene.
De Hoge Raad bevestigt deze beslissingen en verwerpt het cassatieberoep, waarbij wordt benadrukt dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer ontvankelijk en gegrond is, en dat er geen schending is van fundamentele rechtsbeginselen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid en toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van 30 niet-geïdentificeerde runderen.