ECLI:NL:PHR:2009:BJ6016
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid versnelde invordering belastingschuld ondanks bezwaar eiseres
In deze zaak betwistte eiseres de versnelde invordering van haar belastingschulden door de Ontvanger van de Belastingdienst. Zij stelde dat de invordering onrechtmatig was omdat de aanslagen nog niet onherroepelijk vaststonden, het controlerapport gebrekkig was, en de Ontvanger geen volledig feitenonderzoek had verricht met hoor en wederhoor. De rechtbank en het hof wezen haar vorderingen af, waarbij het hof benadrukte dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is om de juistheid van belastingaanslagen te toetsen zolang de belastingrechter hierover nog niet heeft beslist.
De Ontvanger had de versnelde invordering gebaseerd op gegronde vrees voor verduistering en het feit dat al beslag op goederen was gelegd. Het hof oordeelde dat de Ontvanger zorgvuldig had gehandeld en dat het controlerapport een voldoende grondslag bood. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat in noodsituaties geen diepgravend feitenonderzoek met hoor en wederhoor vereist is, omdat anders het doel van versnelde invordering zou worden ondermijnd.
De Hoge Raad verwierp de klachten van eiseres over formele gebreken aan de dwangbevelen en over onvoldoende informatieverstrekking, en benadrukte dat eiseres voldoende geïnformeerd was en nadere informatie kon opvragen. De klachten over schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en over nietigheid van de dwangbevelen werden niet gegrond verklaard. Het beroep van eiseres werd afgewezen en het bestreden vonnis van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de versnelde invordering van belastingschulden werd verworpen en het vonnis van het hof bekrachtigd.