ECLI:NL:PHR:2009:BJ6747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verbeurdverklaring bedrijfskapitaal bij medeplegen mensensmokkel
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van mensensmokkel en medeplegen van het bezit van een vervalst reisdocument, met een gevangenisstraf van acht maanden. Tevens verklaarde het hof buitenlands geld verbeurd, omdat dit volgens het hof bedrijfskapitaal vormde waarmee het bewezenverklaarde feit was begaan of voorbereid.
De raadsman van verdachte stelde cassatieberoep in tegen de verbeurdverklaring van het geld, stellende dat niet bewezen was dat het geld daadwerkelijk voor het plegen of voorbereiden van het delict was gebruikt. De Hoge Raad overwoog dat het oordeel over verbeurdverklaring niet per se op inhoud van bewijsmiddelen hoeft te berusten, maar wel op gegevens uit het onderzoek ter terechtzitting.
Uit het bewijsmateriaal bleek dat verdachte betalingen ontving in vreemde valuta voor mensensmokkel en dat hij vliegtickets, valse paspoorten en begeleiders betaalde. Het hof achtte dit geld daarom bedrijfskapitaal. Echter, de Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende had toegelicht hoe het tot het oordeel kwam dat sprake was van bedrijfsmatige mensensmokkel, waardoor de motivering van de verbeurdverklaring tekort schoot.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de verbeurdverklaring betrof en wees de zaak terug naar het hof om opnieuw te beslissen over de inbeslaggenomen buitenlandse valuta. Tevens werd de straf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring wegens onvoldoende motivering en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.