ECLI:NL:PHR:2009:BJ6941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest vrijspraak wegens ontbreken motivering beledigend karakter symbolen
In deze zaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk beledigen van groepen mensen, te weten Joden en/of Moslims, door het openbaar dragen van symbolen die geassocieerd worden met extreemrechts gedachtegoed, zoals het Keltisch kruis, IJzeren kruis, SS-Totenkopf en andere nazisymbolen.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het oordeelde dat de afbeeldingen in dit geval het vereiste beledigende karakter ontberen. De advocaat-generaal voerde echter aan dat deze symbolen op zichzelf of in combinatie een duidelijk beledigend karakter hebben en dat het hof niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het tot een ander oordeel kwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv, niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die tot de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de advocaat-generaal hebben geleid. Dit verzuim leidt op grond van artikel 359, achtste lid, Sv tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.