ECLI:NL:PHR:2009:BJ8612
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet-tijdig cassatieberoep na verstekveroordeling
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek veroordeeld wegens opzettelijke beschadiging van eigendom. Tegen dit arrest stelde verdachte via zijn advocaat beroep in cassatie in. De kernvraag was of het cassatieberoep ontvankelijk was, omdat het niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het arrest was ingesteld.
Verdachte voerde aan dat de appeldagvaarding niet correct was uitgereikt, onder meer omdat deze niet naar het door de advocaat opgegeven postadres was verzonden en omdat verdachte de Nederlandse taal onvoldoende zou beheersen om de dagvaarding als zodanig te herkennen. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding wel correct aan verdachte persoonlijk was uitgereikt en dat er geen verplichting bestond om de dagvaarding naar het postvak van de advocaat te sturen.
Verder werd geoordeeld dat verdachte, ondanks zijn vermeende beperkte taalvaardigheid, voldoende kennis had van de Nederlandse taal en dat hij hoger beroep had ingesteld, waardoor hij op de hoogte had moeten zijn van de procedure. Het beroep in cassatie werd daarom niet tijdig ingesteld en verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-tijdige indiening van het beroep.