ECLI:NL:PHR:2009:BJ8686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging doodslag en bedreiging ondanks verweer reflexschot
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor poging tot doodslag op het zusje van zijn ex-vriendin, bedreiging van vier personen, handelen in strijd met de WWM en mishandeling van zijn echtgenote. Hij voerde in hoger beroep aan dat het schot per ongeluk was afgevuurd door een reflexschot tijdens het schoppen tegen de deur, maar het hof achtte dit onwaarschijnlijk.
Het hof baseerde zich op forensisch onderzoek waaruit bleek dat het schot op korte afstand werd afgevuurd en dat het pistool alleen kon afgaan door bediening van de trekker. Geen getuigen hoorden een schop tegen de deur, en verdachte droeg gladde schoenen waardoor het schoppen op de trap onwaarschijnlijk was. Het hof concludeerde dat verdachte bewust de trekker bediende en de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer dodelijk geraakt zou worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de verklaringen van getuigen heeft gewogen en dat het hof niet verplicht was tot nadere motivering van de bewijswaardering. Ook het verweer van reflexschot werd verworpen vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden. De straf van vier en een half jaar gevangenisstraf werd niet als onbegrijpelijk aangemerkt.
Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding toegewezen, ondanks dat verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag op een van de benadeelden. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het vonnis van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag, bedreiging, wapenbezit en mishandeling.