ECLI:NL:PHR:2009:BJ9431
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onderscheidend vermogen en kwade trouw in merkenrecht Eurotyre/EURO-TYRE
De zaak betreft een geschil tussen Euro-Tyre BV en Eurotyre SA over het gebruik en de geldigheid van het merk EUROTYRES en de handelsnaam EURO-TYRE. Eurotyre SA had het merk EUROTYRES geregistreerd, terwijl Euro-Tyre BV haar handelsnaam en merkrechten op EURO-TYRE al sinds 1984 gebruikte. Euro-Tyre BV vorderde nietigverklaring van het merk EUROTYRES en een verbod op het gebruik ervan.
Het hof oordeelde dat het merk EUROTYRES weliswaar geen sterk merk is, maar voldoende onderscheidend vermogen bezit en verwierp het bewijs van kwade trouw van Eurotyre SA. Ook wees het hof de vorderingen van Euro-Tyre BV af, onder meer omdat onvoldoende bewijs was geleverd van handelsnaamgebruik door Eurotyre SA in Nederland.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende en onbegrijpelijk heeft gemotiveerd waarom het bewijs van kwade trouw, waaronder een fax en getuigenverklaring, werd verworpen. Ook heeft het hof ten onrechte niet alle relevante bewijsstukken betrokken bij de beoordeling van subjectieve kwade trouw. Verder is het oordeel over het onderscheidend vermogen van het merk niet voldoende gemotiveerd en is de beoordeling van handelsnaamgebruik onvolledig. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie worden gesteld over proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling, met prejudiciële vragen over proceskosten.