ECLI:NL:PHR:2009:BJ9433
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag moeder wegens ongeschiktheid en onmacht na langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
De moeder had een affectieve relatie met de vader waaruit in 1998 een tweeling werd geboren. Kort na de geboorte nam de moeder de kinderen mee zonder medeweten van de vader en gebruikte zij cocaïne. De kinderen werden tijdelijk door de grootouders van de vader opgevangen en kregen hulp van een gezinsverzorger. Na het beëindigen van de relatie nam de vader de verzorging op zich, maar vanwege opvoedproblemen en mishandeling werden de kinderen in 2001 met instemming van de vader uit huis geplaatst en onder toezicht gesteld, waarna zij in verschillende pleeggezinnen verbleven.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om zowel de vader als de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag. De rechtbank wees het verzoek tot ontheffing van de moeder af, maar ontheefde de vader. Het hof vernietigde dit oordeel en ontheefde de moeder, benoemde Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam tot voogd en stelde dat contact tussen moeder en kinderen mogelijk bleef.
De moeder stelde cassatie in tegen dit oordeel, maar de Hoge Raad verwierp het beroep. De Hoge Raad bevestigde dat ontheffing mogelijk is indien gegronde vrees bestaat voor de zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid van het kind en ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende zijn. Het hof had terecht geoordeeld dat de moeder ongeschikt en onmachtig was en dat het belang van de kinderen bij stabiliteit en continuïteit zwaarwegend was. De cassatiemiddelen faalden, mede omdat het hof voldoende gemotiveerd had dat het perspectief op terugkeer naar de moeder ontbrak en de instemming van de moeder niet duurzaam was.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de ontheffing van het ouderlijk gezag wordt bevestigd.