ECLI:NL:PHR:2009:BK1798
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken gemotiveerde beslissing over hernieuwde oproeping getuige
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mishandeling en vernieling met een voorwaardelijke taakstraf en een boete. Tijdens het hoger beroep wilde de verdediging een getuige oproepen wiens verklaring werd betwist. Het hof wees dit verzoek aanvankelijk af, maar besloot later de getuige op te roepen. De getuige verscheen echter niet, waarna het onderzoek werd geschorst en opnieuw aangevangen.
Bij de zitting van 12 september 2007 verscheen de getuige wederom niet en werd het onderzoek voortgezet zonder dat het hof een gemotiveerde beslissing nam over de hernieuwde oproeping van deze getuige. De advocaat-generaal en de verdediging hadden verzocht om aanhouding om de getuige alsnog te horen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof op grond van artikel 287 lid 3 sub b Sv Pro verplicht was om een weloverwogen beslissing te nemen over de hernieuwde oproeping van de getuige. Het ontbreken van een dergelijke beslissing betekent dat het arrest niet deugt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij het hof alsnog een gemotiveerde beslissing moet nemen over de getuigenoproeping.
De uitspraak verduidelijkt tevens de toepassing van artikel 322 lid 4 Sv Pro en de verplichtingen van het openbaar ministerie en het hof bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek, met name dat reeds gegeven bevelen tot oproeping van getuigen in stand blijven tenzij het hof dit uitdrukkelijk anders beslist.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing over de hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige, waarna de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.