ECLI:NL:PHR:2009:BK3573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping echtscheidingsbeschikking wegens onvoldoende bewijs van bedrog
Partijen zijn in 2003 gehuwd en in 2005 is hun echtscheiding uitgesproken door de rechtbank Rotterdam, welke beschikking later in Marokko is erkend. De vrouw verzocht in 2005 om herroeping van deze echtscheidingsbeschikking op grond van bedrog door de man, stellende dat zij niet op de hoogte was van de echtscheidingsprocedure en niet had ingestemd met de regeling.
De rechtbank en het hof hebben het verzoek van de vrouw afgewezen omdat niet is gebleken dat de man bewust handelde in de wetenschap dat de vrouw de inhoud van het verzoekschrift en het convenant niet kende. De vrouw heeft onder meer aangevoerd dat zij niet op het kantoor van de advocaat is geweest en niets van de procedure wist totdat de beschikking onherroepelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een begrijpelijke motivering heeft gegeven voor zijn oordeel dat het bewijs van bedrog niet is geleverd. De enkele verklaring van de vrouw dat zij niet op de hoogte was, leidt niet noodzakelijk tot de conclusie dat de man dit bewust heeft verzwegen. Ook het overleggen van stukken uit een tuchtrechtelijke procedure tegen de advocaat leidt niet tot een andere beoordeling.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof de bewijslast en motivering zorgvuldig heeft gewogen en geen sprake is van een onbegrijpelijk oordeel. De beschikking tot herroeping van de echtscheidingsbeschikking blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de echtscheidingsbeschikking wegens bedrog wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.