ECLI:NL:HR:2009:BK3573
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- F.H. Koster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping echtscheidingsbeschikking wegens onvoldoende bewijs van bedrog
De vrouw heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om herroeping van de echtscheidingsbeschikking van 7 februari 2005, op grond van bedrog door de man. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vrouw hoger beroep instelde bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage. Het hof bekrachtigde de afwijzing van het verzoek. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de vrouw niet leiden tot cassatie, mede omdat er onvoldoende bewijs was voor het bedrog dat de herroeping zou rechtvaardigen. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de eerdere beslissingen te vernietigen en verwees naar artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad heeft het beroep van de vrouw verworpen, waarmee de eerdere afwijzingen van het verzoek tot herroeping definitief zijn geworden.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de echtscheidingsbeschikking wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bedrog.