ECLI:NL:PHR:2010:BK0890
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens schending onschuldpresumptie bij berekening profijtontneming hennepteelt
In deze zaak ging het om de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte uit de teelt van hennepplanten en soortgelijke feiten. Het hof had het voordeel berekend op basis van acht oogsten, waarbij ook soortgelijke feiten werden betrokken die deels buiten de bewezenverklaarde feiten vielen.
De verdediging voerde aan dat het hof de vordering ex art. 36e Sr slechts mocht toewijzen voor het bewezenverklaarde en dat het onschuldbeginsel in acht moest worden genomen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom soortgelijke feiten, waarvoor verdachte was vrijgesproken, toch in de berekening waren betrokken. Dit leidt tot een schending van het onschuldpresumptiebeginsel zoals neergelegd in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst erop dat het hof de vrijspraak van soortgelijke feiten moet respecteren bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De zaak wordt terugverwezen voor nadere motivering en heroverweging van de profijtontneming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens schending van het onschuldpresumptiebeginsel en gebrek aan motivering bij de berekening van de profijtontneming.