ECLI:NL:PHR:2010:BK0915
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens termijnoverschrijding hoger beroep bevestigd
In deze zaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter, maar dit hoger beroep werd door het Gerechtshof te Arnhem niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van veertien dagen na uitspraak was ingediend.
De verdachte voerde in cassatie twee middelen aan: ten eerste dat het onderzoek ter terechtzitting nietig zou zijn omdat zijn verklaring niet in het proces-verbaal was opgenomen, en ten tweede dat hij niet tijdig op de hoogte was van de uitspraak en dat er sprake was van een verzoek tot aanhouding van de zitting.
De Hoge Raad verwierp beide middelen. Het eerste middel faalt omdat het feitelijk onderzoek naar de verklaring van verdachte niet in cassatie kan worden gedaan. Het tweede middel faalt omdat de wettelijke termijn voor hoger beroep duidelijk is en het hof geen redenen vond om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Hoge Raad concludeert dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is en bevestigt het arrest van het hof zonder nadere motivering. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.