ECLI:NL:PHR:2010:BK3167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wetswijziging motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's en verwijst zaak terug wegens waardevermindering
Belanghebbende, een particulier houder van een bestelauto, werd geconfronteerd met een wetswijziging per 1 juli 2005 die het verlaagde motorrijtuigenbelastingtarief voor bestelauto's alleen nog voor ondernemers toepasbaar maakte. Hierdoor moest hij het hogere tarief voor personenauto's betalen. Hij voerde aan dat deze regeling in strijd was met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel en het eigendomsgrondrecht.
De Rechtbank en het Hof verwierpen zijn beroep en oordeelden dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het verschil in behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel voor het gelijkheidsbeginsel, waarbij de ondernemer en particulier met een bestelauto als vergelijkbare gevallen worden beschouwd. De wetgever heeft een legitiem doel nagestreefd met de ondernemersregeling om onbedoeld gebruik van het lage tarief tegen te gaan.
Echter, de Hoge Raad constateert dat het Hof niet heeft onderzocht of de tariefwijziging heeft geleid tot een waardevermindering van de bestelauto, wat samen met de tariefverhoging een buitensporige last voor belanghebbende zou kunnen vormen. Gezien het ingediende expertiserapport dat een waardedaling van circa 25% suggereert, verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar de feitenrechter voor nader onderzoek naar deze waardevermindering en de gevolgen daarvan voor het eigendomsrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt deels ongegrond verklaard en deels gegrond; de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar waardevermindering.