ECLI:NL:PHR:2010:BK4802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor oprichten hennepkwekerij zonder vergunning
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van artikel 8.1 lid 1 Wet milieubeheer door het opzetten van een hennepkwekerij zonder vergunning. Het hof baseerde zich op verklaringen, politieprocessen-verbaal, en bevindingen van een energiebedrijf die illegale stroomafname en kwekerijinstallaties bevestigden.
Verdediging voerde cassatiemiddelen aan gericht tegen de bewezenverklaring, waaronder het gebruik van een ingetrokken verklaring van een medeverdachte, het ontbreken van bewijs voor het ontbreken van een vergunning, en de kwalificatie van de kwekerij als inrichting. De Hoge Raad verwierp deze middelen, onder meer omdat de verklaring niet het enige bewijsmiddel was, het niet aannemelijk was dat een vergunning aanwezig was, en de kwekerij als inrichting professioneel en bedrijfsmatig was opgezet.
De Hoge Raad verduidelijkte dat het oprichten van een inrichting reeds begint bij aanvang van de activiteit en dat het veranderen van een inrichting ook zonder vergunning strafbaar is. De verklaring van het hof werd waar nodig verbeterd zonder de aard of ernst van het bewezenverklaarde te wijzigen. Tenslotte constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar zag hiervan afstraffing omdat de opgelegde straf geheel voorwaardelijk was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het oprichten van een hennepkwekerij zonder vergunning en verwerpt het cassatieberoep.