ECLI:NL:PHR:2010:BK5987
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde factuur voorafgaand aan faillissement
In deze zaak vordert eiseres een verklaring voor recht dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door werkzaamheden te laten uitvoeren voor een opdrachtgever die kort daarop failliet werd verklaard. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van een in november 2005 gemaakte afspraak, met uitvoering in juni 2006, terwijl het faillissement op 22 juni 2006 werd aangevraagd.
De rechtbank en het hof oordeelden dat verweerder niet wist of behoorde te weten dat betaling niet zou plaatsvinden, mede omdat er nog gesprekken liepen over een mogelijke overname en er tot kort voor faillissement nog betalingen werden verricht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst dat persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders slechts in bijzondere omstandigheden kan worden aangenomen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die stelden dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom verweerder niet onrechtmatig handelde. Ook werd geoordeeld dat nieuwe stellingen laat waren ingebracht en dat de bewijslast niet behoefde te worden omgekeerd. De vordering van eiseres wordt daarmee definitief afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bestuurder niet onrechtmatig handelde en wijst de vordering af.