ECLI:NL:PHR:2010:BK5992
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klachten over dwangbehandeling en bewegingsvrijheidsbeperking in psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene, een jongvolwassene met een bipolaire stoornis, was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en onderging dwangbehandeling, waaronder separatie. De klachtencommissie verklaarde een klacht over de grondslag van de separatie gegrond, maar de rechtbank verklaarde deze klacht alsnog ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet bevoegd was om een klacht die door de klachtencommissie gegrond was verklaard alsnog ongegrond te verklaren, en vernietigt daarom de beschikking. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de meldingsplicht van de geneesheer-directeur aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, waarbij wordt vastgesteld dat klachten over het niet nakomen van deze meldingsplicht niet onder de klachtbehandeling van art. 41 Wet Pro Bopz vallen.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat beperkingen in de bewegingsvrijheid buiten de separeerruimte schriftelijk en gemotiveerd moeten worden vastgelegd volgens art. 40 en Pro 40a Wet Bopz, hetgeen in deze zaak niet is gebeurd. De zaak wordt daarom terugverwezen voor nader onderzoek naar de rechtmatigheid van deze beperkingen en de mogelijkheid van schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de klachten over separatie en bewegingsvrijheidsbeperking.