ECLI:NL:HR:2009:BI5924
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over klachtprocedure en dwangmedicatie in psychiatrisch ziekenhuis na wetswijziging
Betrokkene werd op 24 juli 2008 opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en kreeg op 4 augustus 2008 dwangmedicatie toegediend, ondanks dat hij hiertegen bezwaar maakte en een klacht indiende bij de klachtencommissie. De klachtencommissie wees het verzoek tot schorsing van de dwangmedicatie af, waarna de medicatie werd voortgezet.
De rechtbank Utrecht verklaarde de klacht ongegrond en wees de schadevergoeding af, hoewel zij erkende dat niet tijdig schriftelijk aan betrokkene was meegedeeld dat tot dwangmedicatie was besloten. De rechtbank vond deze onzorgvuldigheid niet voldoende om de klacht gegrond te verklaren.
De Hoge Raad oordeelt dat het nalaten van schriftelijke mededeling aan betrokkene in strijd is met de wettelijke eisen en dat de rechtbank dit niet zomaar mocht negeren. De Hoge Raad benadrukt dat de dwangbehandeling proportioneel, subsidiar en doelmatig moet zijn en dat de beslissing zorgvuldig en gemotiveerd moet worden genomen.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat het indienen van een klacht of schorsingsverzoek geen schorsende werking heeft en dat de behandelaar primair verantwoordelijk blijft voor de beslissing tot dwangmedicatie.
De uitspraak benadrukt de bescherming van de lichamelijke integriteit van de patiënt en de noodzaak van een zorgvuldige procedure bij dwangmedicatie in psychiatrische instellingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op naleving van schriftelijke beslissingsplicht en zorgvuldigheid bij dwangmedicatie.