ECLI:NL:PHR:2010:BK6066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid verkoopkosten deelnemingen buiten EU/EER
De zaak betreft de vraag of verkoopkosten die in 2000 zijn gemaakt in verband met de vervreemding van deelnemingen buiten de EU/EER, aftrekbaar zijn in 2003. De belanghebbende had deze kosten in haar aangifte vennootschapsbelasting 2003 in aftrek gebracht, maar de inspecteur wees dit af. De Rechtbank oordeelde dat de kosten volgens het matchingbeginsel aan het jaar 2000 moeten worden toegerekend en niet in 2003 aftrekbaar zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze uitspraak en oordeelde dat de aftrekuitsluiting van artikel 13, lid 1, Wet Vpb niet in strijd is met het vrije kapitaalverkeer van artikel 56 EG Pro-Verdrag, omdat het vestigingsaspect van de deelnemingen prevaleert. Hierdoor kan de belanghebbende geen beroep doen op artikel 56 EG Pro-Verdrag. Ook de stelling dat de kosten in 2002 of 2003 in aftrek kunnen worden gebracht, werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Tevens wordt ingegaan op de toepassing van de foutenleer en de mogelijkheid tot het vormen van een transitorische post in 2002, die de fiscale winst over 2003 niet beïnvloedt. De conclusie is dat de verkoopkosten niet aftrekbaar zijn en dat het beroep van de belanghebbende faalt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de verkoopkosten van deelnemingen buiten de EU/EER zijn niet aftrekbaar.