ECLI:NL:GHARN:2009:BI0782
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verliesverrekening en niet-aftrek verkoopkosten deelnemingen buiten EU
Belanghebbende kreeg voor 2003 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een verliesverrekening van €1.381.952. Zij stelde dat de belastbare winst slechts €96.742 bedroeg en maakte bezwaar tegen de verliesverrekeningsbeschikking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in, dat aanvankelijk niet ontvankelijk leek wegens overschrijding termijn, maar het hof oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank onjuist was toegezonden, waardoor de termijn later begon te lopen en het hoger beroep ontvankelijk was.
In geschil stond of de verkoopkosten van deelnemingen in 2000, doorberekend in 2002 en 2003, aftrekbaar waren. Belanghebbende voerde aan dat artikel 13 lid 1 Wet Pro Vpb in strijd was met artikel 56 EG Pro (vrij kapitaalverkeer). Het hof oordeelde dat de aftrekbeperking binnen de werkingssfeer van artikel 43 EG Pro (vrijheid van vestiging) valt en dat beperkingen voortvloeiend uit artikel 43 EG Pro niet via artikel 56 EG Pro kunnen worden aangevochten, zeker omdat de deelnemingen buiten de EU/EER waren gevestigd.
Het hof bevestigde dat de verkoopkosten terecht niet in aftrek zijn genomen en dat de verliesverrekening correct is toegepast. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 31 maart 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de verkoopkosten zijn terecht niet aftrekbaar.