ECLI:NL:PHR:2010:BK6681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieverplichtingen na echtscheiding zonder schending onpartijdigheidsrecht
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over partner- en kinderalimentatie na hun echtscheiding. De rechtbank Rotterdam sprak de echtscheiding uit en legde geen alimentatieverplichtingen op. Later bepaalde de rechtbank dat de man kinderalimentatie en partneralimentatie aan de vrouw moest betalen. Het gerechtshof bekrachtigde deze beschikking en wees het verzoek van de man om schorsing af.
De man stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder schending van het recht op een onpartijdige behandeling omdat dezelfde raadsheer de incidentele beschikking en de eindbeschikking had gewezen. Deze klacht werd verworpen. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank en het hof terecht de financiële draagkracht van de man inclusief zijn nettotoelage als beroepsmilitair hadden betrokken bij de alimentatieberekening.
Ook de klacht over de ingangsdatum van de alimentatieverplichting faalde, omdat de man al begin 2007 een voorstel tot alimentatie had gedaan en hij dus rekening kon houden met een verzoek daartoe. De overige klachten faalden wegens procedurele gronden of omdat zij niet waren onderbouwd.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot cassatie en verwierp het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarmee blijft de alimentatieverplichting van de man ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichtingen blijven ongewijzigd.