ECLI:NL:PHR:2010:BK7077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van beslag en proces-verbaal raadkameronderzoek
In deze zaak is door de klager geklaagd over het proces-verbaal van het raadkameronderzoek en de rechtmatigheid van het beslag op een halsketting en een personenauto. De klager stelde dat het proces-verbaal niet voldeed aan de eisen van art. 25 Sv Pro en dat het beslag onrechtmatig was omdat een schriftelijke machtiging ontbrak.
De Hoge Raad overwoog dat het proces-verbaal niet letterlijk hoeft te bevatten wat tijdens de raadkamer is gezegd, maar de zakelijke inhoud moet weergeven. Het proces-verbaal voldeed hieraan, ook al was het summier. De door de raadsman overgelegde 'Pleitnotities' konden niet worden meegewogen omdat zij niet in het proces-verbaal waren opgenomen.
Ten aanzien van het beslag stelde de Hoge Raad vast dat het hof onjuiste feiten had vastgesteld over de datum en leiding van de inbeslagname van de halsketting. Dit was onbegrijpelijk, maar niet relevant voor de rechtmatigheid van het beslag. De opsporingsambtenaar had zelfstandig bevoegdheid tot inbeslagname op grond van art. 96 Sv Pro. Het beroep van de klager werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het proces-verbaal voldoet aan art. 25 Sv en het beslag is rechtmatig.