ECLI:NL:PHR:2010:BK8099
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-nakoming schadeloosstelling bij beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat de vraag centraal of een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor het niet voldoen aan een schadeloosstelling die voortvloeit uit een beëindigingsregeling van een arbeidsovereenkomst. De eiser vordert betaling van de schadeloosstelling van de bestuurder, stellende dat deze wist of behoorde te weten dat de vennootschap niet in staat was de verplichting na te komen.
De rechtbank wees de vordering toe omdat de bestuurder niet slaagde in zijn bewijs dat een derde garant stond voor de betaling. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat de bestuurder niet hoefde te bewijzen dat hij een garantie had gekregen en dat het onvoldoende was om te concluderen dat hij wist dat de vennootschap niet zou kunnen betalen.
De Hoge Raad behandelt in cassatie de bewijslastverdeling en het bewijsaanbod. Hij bevestigt dat de bestuurder niet aansprakelijk is omdat hij niet wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het bewijsaanbod van de eiser te algemeen was en terecht is gepasseerd. De conclusie van de Advocaat-Generaal is verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de bestuurder niet aansprakelijk is voor de niet-betaling van de schadeloosstelling.