ECLI:NL:PHR:2010:BK9223
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onvoldoende motivering opzet bij ernstige geestelijke stoornis
Verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden vrijgesproken van moord en doodslag wegens een ernstige geestelijke stoornis die haar handelingsbekwaamheid beïnvloedde. Het hof stelde vast dat verdachte leed aan een dissociatieve stoornis, chronische posttraumatische stressstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, waardoor zij geen cognitieve controle had over haar handelen en geen rationele afweging kon maken.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak en betoogde dat het hof onvoldoende duidelijk had gemaakt of het begrip opzet correct was toegepast. De Hoge Raad bevestigde dat opzet een eigen juridische betekenis heeft en dat een ernstige stoornis slechts in uitzonderlijke gevallen het opzet uitsluit.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onduidelijk en ontoereikend had gemotiveerd waarom het opzet niet bewezen kon worden, terwijl uit de vaststellingen niet zonder meer volgt dat verdachte geen bewustzijn had van haar handelen en de mogelijke gevolgen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering omtrent het opzet.