ECLI:NL:PHR:2010:BK9257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken rechtens te respecteren belang bij nietigverklaring dagvaarding
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 29 oktober 2007 de dagvaarding tegen verdachte nietig verklaard wegens een formele tekortkoming bij de betekening op het GBA-adres. Verdachte is niet verschenen op de terechtzitting. De raadsman van verdachte voerde in eerste aanleg en hoger beroep diverse klachten over de betekening en de verstrekking van een kopie van de akte van uitreiking, maar slaagde er niet in een geldige volmacht te tonen.
Het hof verklaarde verdachte op 8 december 2008 niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat verdachte geen rechtens te respecteren belang had bij het instellen van het hoger beroep tegen de nietigverklaring van de dagvaarding. Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte artikel 404 Sv Pro had toegepast en dat de betekening onjuist was, maar de Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot ontvankelijkheid.
De Hoge Raad benadrukt dat een niet-gemachtigde raadsman slechts beperkt het woord mag voeren en dat zonder schriftelijke volmacht geen grieven kunnen worden ingebracht. Ook is het belang van verdachte bij het aanvechten van de nietigverklaring gering omdat het verschil in gronden voor nietigverklaring geen wezenlijke gevolgen heeft. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te respecteren belang.