ECLI:NL:PHR:2010:BL0012
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opname in psychiatrisch ziekenhuis na voorwaardelijke machtiging ondanks klachten over geneeskundig onderzoek
De zaak betreft een betrokkene die na een voorwaardelijke machtiging op grond van de Wet Bopz alsnog werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De opname werd gerechtvaardigd omdat het gevaar buiten de inrichting niet langer kon worden afgewend door naleving van de voorwaarden. De rechtbank handhaafde het besluit van de geneesheer-directeur tot opname, ondanks klachten van betrokkene over het ontbreken van een recent en onafhankelijk geneeskundig onderzoek.
In cassatie werd geklaagd dat niet duidelijk was op welke datum de geneesheer-directeur betrokkene had onderzocht en dat de opname niet voldeed aan de eisen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Hoge Raad oordeelde dat de geneesheer-directeur, mits psychiater en niet bij de behandeling betrokken, zelf het onderzoek kan verrichten en dat het onderzoek kort voor de beslissing heeft plaatsgevonden. De exacte datum en locatie zijn niet beslissend voor de rechtmatigheid.
Daarnaast werd betoogd dat opname onterecht was omdat betrokkene niet onmiddellijk voldoende somatische hulp kreeg. De Hoge Raad verwierp dit, omdat opname niet primair gericht is op somatische hulp, maar op het afwenden van gevaar voortvloeiend uit de geestelijke stoornis. Feitelijke beoordeling van medische behandeling valt niet onder cassatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de gedwongen opname na voorwaardelijke machtiging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gedwongen opname blijft gehandhaafd.