ECLI:NL:HR:2006:AU7514
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procedurele gebreken en inhoudelijke toetsing bij gedwongen opname psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak ging het om de vraag of de beslissing van de geneesheer-directeur tot gedwongen opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, genomen op grond van artikel 14d lid 1 Wet Bopz, vernietigd kon worden wegens procedurele tekortkomingen. Betrokkene stelde dat de geneesheer-directeur hem niet had gehoord, niet tijdig schriftelijk had geïnformeerd en dat de schriftelijke kennisgeving geen geldige redenen bevatte.
De rechtbank erkende de schending van deze procedurele voorschriften, maar oordeelde dat dergelijke vormverzuimen niet automatisch leiden tot vernietiging van de opnamebeslissing. De rechtbank stelde vast dat de inhoudelijke gronden voor opname aanwezig waren en dat het gevaar dat buiten het ziekenhuis niet kon worden afgewend, bestond.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat bij een verzoek op grond van artikel 14e lid 1 Wet Bopz niet de beslissing van de geneesheer-directeur zelf wordt getoetst, maar dat de rechter ex nunc beoordeelt of de wettelijke gronden voor gedwongen opname op dat moment aanwezig zijn. Ook het niet naleven van de hoorplicht en kennisgevingsplicht door de geneesheer-directeur leidt niet automatisch tot vernietiging van de opnamebeslissing.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad klachten over de bevoegdheid van de ondertekenaar van de opnamebeslissing, aangezien dit feitelijk onderzoek vereist dat niet in cassatie kan worden beoordeeld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de gedwongen opnamebeslissing ondanks procedurele schendingen.