ECLI:NL:PHR:2010:BL0124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing fiscale-eenheidsvoorwaarde 16 bij bedrijfsfusie binnen fiscale eenheid en EG-Fusierichtlijn
In deze zaak gaat het om de toepassing van de zestiende standaardvoorwaarde van de fiscale eenheid (voorwaarde 16) in de vennootschapsbelasting bij een bedrijfsfusie binnen een fiscale eenheid. Belanghebbende had haar onderneming ingebracht in een dochtervennootschap binnen een fiscale eenheid en verkocht vervolgens binnen drie jaar een deel van de aandelen, waarna de inspecteur een navorderingsaanslag oplegde wegens overtreding van voorwaarde 16.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de verkoopprijs van de aandelen zakelijk was en dat het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde goodwill vormde die ten goede was gekomen aan belanghebbende. Zij verwierpen het beroep van belanghebbende dat toepassing van voorwaarde 16 in strijd zou zijn met de EG-Fusierichtlijn. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat de nationale wetgever zich niet heeft geconformeerd aan de Fusierichtlijn voor zuiver interne situaties, waardoor voorwaarde 16 ook binnenlandse fusies regelt.
Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de formele rechtskracht van de fiscale-eenheidsbeschikking niet van openbare orde is en niet van ambtswege tegenwerpbaar is in bezwaar en beroep tegen de navorderingsaanslag. Dit betekent dat belanghebbende in bezwaar en beroep tegen de aanslag de toepassing van voorwaarde 16 kan betwisten, met name of de feitelijke situatie zich voordoet en of de fiscus de voorwaarden correct toepast. Het beroep op onverbindendheid van de voorwaarde wegens strijd met de Fusierichtlijn of andere rechtsgronden had binnen de bezwaartermijn tegen de beschikking kunnen worden aangevoerd.
De Hoge Raad bevestigt dat toepassing van voorwaarde 16 niet integraal onverenigbaar is met de Fusierichtlijn en dat toetsing per concreet geval moet plaatsvinden. De sanctie van voorwaarde 16 is een ruwe maatregel die door de wetgever bewust is gekozen om belastingontwijking te voorkomen. Belanghebbende had kunnen kiezen voor de bedrijfsfusiefaciliteit met een tegenbewijsregeling, maar koos voor het fiscale-eenheidsregime. De navorderingsaanslag blijft daarom in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de navorderingsaanslag wegens overtreding van fiscale-eenheidsvoorwaarde 16.