ECLI:NL:PHR:2010:BL0666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nemo-tenetur-beginsel bij vordering tot uitlevering van bedrijfsdocumenten in milieustrafzaak
In deze zaak gaat het om een klacht van een chemisch bedrijf tegen de inbeslagneming van twee verzegelde enveloppen met interne onderzoeksdocumenten over een incident met emissie van procesgas. De rechtbank had geoordeeld dat de vordering tot uitlevering in strijd was met het nemo-tenetur-beginsel omdat de documenten door de verdachte zelf waren vervaardigd en het bestaan ervan afhankelijk was van haar wil.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en eerdere arresten van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat het nemo-tenetur-beginsel niet absoluut is en dat het recht om niet mee te werken aan bewijsverzameling zich vooral richt op het voorkomen van dwang tot het afleggen van belastende verklaringen. Documenten die onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaan, zoals administraties, mogen in beginsel worden gevorderd.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd door alleen te kijken naar het feit dat de documenten door de verdachte zijn gemaakt. Het gaat erom of het gebruik van die documenten het zwijgrecht en het recht om zichzelf niet te belasten aantast. Ook wordt overwogen dat de vordering niet meer inhoudt dan het verstrekken van reeds beschikbare gegevens die op grond van milieuwetgeving aan een toezichthouder zijn verstrekt.
De Hoge Raad verklaart de klachten gegrond, vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling. Daarbij moet het hof de belangenafweging maken aan de hand van de criteria uit de jurisprudentie van het EHRM, onder meer de zaak Jalloh, en de aard en mate van dwang en het publieke belang meewegen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van het nemo-tenetur-beginsel in milieustrafzaken en benadrukt dat het recht op zelfincriminatie niet zonder meer wordt geschonden door het vorderen van bedrijfsdocumenten die al bestaan en zijn verstrekt aan toezichthouders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het gerechtshof.