ECLI:NL:HR:2008:BC7421
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling Afghaanse militair ondanks beroep op nemo tenetur en privacy
De zaak betreft een Afghaanse militair die in Nederland als asielzoeker is vervolgd en veroordeeld voor medeplegen van schending van de wetten en gebruiken van de oorlog, waaronder geweldpleging met verenigde krachten en zwaar lichamelijk letsel in Kabul in de jaren '70 en '80.
In cassatie stelde de verdachte dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig had gehandeld door gebruik te maken van verklaringen die hij bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst had afgelegd, waarbij werd verwezen naar het nemo tenetur-beginsel (recht om niet tegen zichzelf te getuigen) en het recht op privacy zoals gewaarborgd in het EVRM.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden op de gronden zoals uiteengezet in de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Het arrest bevestigt de veroordeling van de verdachte tot negen jaar gevangenisstraf door het gerechtshof, waarbij het cassatieberoep werd verworpen. Het nemo tenetur-beginsel en het recht op privacy werden in deze context niet geschonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf wordt bevestigd.