ECLI:NL:PHR:2010:BL3228
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen vernieling Rabobankkluis met vuurwerk ondanks termijnoverschrijding
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld tot een werkstraf van twaalf uren wegens medeplegen van opzettelijke vernieling van de stortingskluis van de Rabobank op Schiermonnikoog. Verdachte en een medeverdachte staken gedurende de dag samen legaal en illegaal vuurwerk af, waaronder nitraten, en legden een rotje en een nitraatbom in de kluis, wat tot ontploffing en vernieling leidde.
Verdachte stelde in cassatie dat de redelijke termijn was overschreden en dat dit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moest leiden, mede vanwege zijn minderjarige status. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat de overschrijding van de redelijke termijn, ook in jeugdstrafsituaties, niet leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Verder betoogde verdachte dat niet kon worden bewezen dat sprake was van medeplegen, omdat hij de feitelijke handelingen niet had verricht en zich had gedistantieerd. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van bewuste en nauwe samenwerking, waarbij verdachte samen met de medeverdachte het plan maakte, het vuurwerk kocht en aanwezig was bij de uitvoering, zonder tegen te spreken of te verhinderen wat gebeurde.
De Hoge Raad concludeerde dat het bewijs voldoende was en dat het middel faalde. De overschrijding van de redelijke termijn werd erkend maar gecompenseerd door de vaststelling van de schending van art. 6 EVRM Pro, zonder strafvermindering of niet-ontvankelijkheid. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een werkstraf van twaalf uren wegens medeplegen van vernieling.