ECLI:NL:PHR:2010:BL6724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens diefstal gevolgd door geweld met vluchtpoging
Op 20 mei 2006 heeft verdachte in een winkel te Spaarndam 12 blikjes bier weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Toen hij werd betrapt, gebruikte hij geweld tegen een personeelslid door een kopstoot te geven en diens stropdas strak om de nek te trekken, waardoor het slachtoffer ademnood kreeg. Het Hof Amsterdam verklaarde deze feiten bewezen en veroordeelde verdachte tot vier maanden gevangenisstraf, met inachtneming van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen.
Verdachte stelde in hoger beroep dat het opzet op diefstal ontbrak, omdat hij dacht dat hij het bier zou betalen via een collega. Het Hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van het personeel en verdachte zelf, die ook toegaf de stropdas te hebben vastgepakt. In cassatie werd geklaagd over het ontbreken van het proces-verbaal van de eerste aanleg ter onderbouwing van de verklaring van verdachte, maar dit processtuk werd alsnog opgevraagd en overgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de bewezenverklaring heeft vastgesteld en dat de strafoplegging gegrond is op de juiste wettelijke bepalingen, behalve dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten art. 266 Sr Pro te vermelden. De Hoge Raad vernietigt het arrest daarom deels en wijst het beroep verder af.
Uitkomst: Het arrest wordt deels vernietigd wegens ontbreken van art. 266 Sr, maar de veroordeling en straf van vier maanden gevangenisstraf worden gehandhaafd.